BIOGRAFIE

 

Eric Vaarzon Morel (1961), zoon van kunstschilder Wim Vaarzon Morel, kreeg op zijn zestiende jaar les van Paco Peña op het 7e Rencontres de la guitare in Frankrijk. Geïnspireerd door dit evenement trok hij op negentienjarige leeftijd naar Spanje, waar hij twee jaar woonde en werkte. In de jaren tachtig was hij met de Zwitserse groep Flamencos en route door Europa. Als vast lid van de Cuadro Flamenco bespeelde hij zes jaar lang de Nederlandse theater- en concertpodia. Nadat Eric met zijn eigen band Chanela zijn naam als gitarist had gevestigd, werkte hij met uiteenlopende artiesten samen. Zoals HP/De Tijd 10 november 2006 schreef: "Eric heeft tal van grootheden begeleid, en andere grootheden op hun beurt hem". De laatste jaren heeft Eric gewerkt met ondermeer trompettist Eric Vloeimans, gitarist Harry Sacksioni en acteur Gijs Scholten van Aschat. Hij speelde tweemaal op het North Sea Jazz Festival. Het Concertgebouw Jazz Ochestra voerde zijn composities uit in het Concertgebouw en het Bimhuis. In 2009 bracht Eric in een succesvolle theatertoernee met Gijs Scholten van Aschat gedichten van Spaanse en Zuid-Amerikaanse dichters naar het theaterpubliek. Eric trad, naast vele radio-optredens, meerdere keren op in De Wereld Draait Door en hij presenteerde een aflevering van Het Klokhuis over flamenco.

Eric brengt ieder jaar een nieuw programma in de schouwburg- en concertzalen. In 1999 componeerde en speelde Eric de muziek voor de muziektheater-productie De Ongelukkige (Toneelschuur Haarlem), geschreven door Abdelkader Benali. Een stuk, geïnspireerd op de roman De Ongelukkige van Louis Couperus over de laatste Moorse koning Boabdil. "Het oosterse dat samenkomt met het westerse, de verstrengeling van de culturen, dat zit in het oude verhaal maar ook in het nieuwe dat Abdelkader geschreven heeft. Ook de muziek die ik geschreven heb is een mengeling van klassiek, flamenco en westerse muziek, met een modern tintje hier en daar." (Vrij Nederland, 2 januari 1999) "Centraal staat de flamenco van gitarist Eric Vaarzon Morel, een Spaanse muzieksoort met arabische wortels. Deze arabische kanten heeft Vaarzon Morel nog eens versterkt en aangevuld met Turkse en Indiase invloeden. Het is de schitterende muziek die de voorstelling draagt. Moeiteloos schakelt Vaarzon Morel over van verhit, opzwepend naar melancholiek ingetogen. Het ene moment tokkelt hij heel zachtjes, het andere moment ramt hij op zijn gitaar als ware het een slaginstrument." (…) "…, al blijft het muzikaal gezien een voorstelling van een sprookjesachtige schoonheid" (NRC Handelsblad, 5 januari 1999).

Eric speelde het programma Turkse soefi en flamenco, op uitnodiging van de stichting Kulsan, ondermeer met Tahir Aydogdu op de grote concertpodia in Nederland en Turkije. In de seizoenen van 1999 tot en met 2002 was Eric speciale gast in de theaterprogramma’s van Flairck: Symfonie van de oude Wereld, Circus Jeroen Bosch en Lucía de Moucheron.

In 2003 speelde Eric met Eric Vloeimans ondermeer het Concierto de Aranjuez in het muziekprogramma Miles of sketches of Spain. Het Parool schreef daarover: "Zo hoort het: alle details, van de miniemste snarentrilling tot de geringste aanzet van een ademstoot, kraakhelder en in balans.(…) Als je het niet met eigen ogen zou zien, zou je bijna denken dat hier wordt gewerkt met midisequencers". Begin 2005 speelde Eric & Eric dit programma met het Zappstrijkkwartet. "De klankschilders maken hun eigen schetsen: een vleugje jazz, een veegje flamenco, moorse invloeden..., veel donkere tonen (tonos negros) en een boventoonspectrum dat een geheel eigen leven gaat leiden in de fantasie van de luisteraar" (Trouw).

Eric speelde een aantal jaren in de formatie de Five Great Guitars met o.a. Jan Kuiper en Harry Sacksioni, in dit programma werden pop, jazz, folk, latin en flamenco samengebracht. Eric verzorgde in 2006 het voorprogramma van Dianna Reeves in het Concertgebouw en kreeg daarvoor een lovende recensie in het Parool.

In 2008 trad Eric op als solist in het Lorca-programma van de NPS met het Metropole-orkest in de Philharmonie in Haarlem. Het Concertgebouw Jazz Ochestra voerde zijn composities uit in het Concertgebouw en het Bimhuis.

In 2010 reisde hij door het land met de door hemzelf gecomponeerde avondvullende flamenco-opera El Greco de Toledo. De live-CD, die in 2012 verscheen, kreeg vijf sterren van de Volkskrant.

Met zanger Brownie Dutch, jazzmuzikant Maarten Ornstein, danseres Raquela Ortega en flamencozanger Carlos Denia trad hij in 2011 en 2012 op met de voorstelling De Niieuwe Wereld van Don Quichot.

Eric gaf solo-concerten op festivals in Duitsland (Flamenco-Festival ’95 Potsdam) en IJsland (International Guitar Festival). In België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië toerde hij met de Flamencos en route. Met de Five Great Guitars, waaronder Jan Akkerman, deed Eric een toer op de Nederlandse Antillen. In Turkije speelde hij het programma Soefi en flamenco. In Frankrijk en Noorwegen gaf hij concerten op festivals.

Eric heeft de flamencogitaarmuziek ingespeeld voor de speelfilm Leef! en de telefilm Het Schnitzelparadijs.

Eric is als hoofd- en bijvak-docent flamencogitaar verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam.

CD's
1992 ~ Flamenco de hoy (Lucho label, published by Frontdijk Music)
2002 ~ Sol y Sombra (published by Peer Music)
2007 ~ Marea (published by EVM)
2012 ~ El Greco (published by EVM)


 

ERIC OVER ZIJN GITAREN

De eerste was een Tataya Tomas, gekocht bij Carlo Mell in de Pijp in Amsterdam voor fl. 120,-. Dit gitaartje heeft een kleine mensuur waardoor ik na een paar jaar overging op een semi-flamencogitaar. Dat kleine Tatayaatje Tomas heeft het het langst uitgehouden in Huize Morel, want zij wordt inmiddels bespeeld door de junior Morellen Isaac en Eline. “Zij” want de gitaar is in het Spaans nog altijd “La guitarra”. Maar La grande dama is mijn metgezellin ‘Gerundino’ voor bijna 25 jaar, gebouwd in 1977 in Almeria. Op deze Gerundino speel ik eigenlijk mijn hele muziekleven. Gemaakt van Canadees ceder tapa (voorblad) en cypres (achterblad). Helder, vol en makkelijk bespeelbaar, voor zowel linker- als rechterhand. Mooi voor sologitaarstukken, maar ook zeer geschikt voor begeleiding van zang en dans. De Sol y Sombra-cd is hiermee opgenomen. Overgenomen toentertijd van de grootmeester Paco Peña. Bij deze gitaar heb ik altijd het gevoel gehad dat ze alleen maar mooier wordt. In de zomer van 2000 ben ik bij de oude, inmiddels stokdove, Gerundino langs geweest en heb opnieuw een prachtig exemplaar mee teruggenomen naar Nederland.
De oude dame is overigens één keer gerepareerd na een klein ongeval door Otto Vowinkel, luthier te Amsterdam op de Lauriergracht no. 2. Zijn gitaren gaan inmiddels de hele wereld over. Otto heeft twee gitaren voor mij gebouwd, waar ik ook jaren op heb gespeeld en waar ik er nu nog steeds één van in bezit heb.De eerste waar ik concerten mee heb gegeven wordt nu bespeeld door één van mijn leerlingen Loek Plasmeijer. Deze Vowinkel heeft een fichte bovenblad en rio-palissander achterblad.
De tweede Vowinkel heeft een ceder bovenblad en ook een rio-palissander achterblad. Het binnenwerk is op een speciale manier gerangschikt waardoor de bastonen beter tot hun recht komen. Dit op mijn verzoek destijds. Ik heb er net een opname mee gemaakt van een Rondeña, een flamencogitaar-solovorm waar de lage e-snaar in d staat en de g-snaar in fis. Deze gitaar versterkt nog eens de zware basklank.
In mijn Conservatoriumtijd bespeelde ik een Anton Wiegers klassieke gitaar, een Sanchiscarpio flamencomodel (die inmiddels in de Carboneria ligt) en een Conde Hermanos.